© 2014 by Port Solutions Rotterdam 

insta.png

Associate partners:

Associate member:

GroeneZaken_Icoontje_groot.png

Wat mag dat kosten?

September 12, 2016

Onlangs bereikte ons de vraag van een gemeente over de prijs die zij konden vragen voor het gebruik van de gemeentelijke loswal. En dat is nu zo’n vraag die je makkelijker stelt dan beantwoordt.

 

In het algemeen zijn er drie aanvliegroutes voor het bepalen van de prijs die je aan een product of dienst kunt hangen. De zogenaamde drie K’s. In goed Nederlands; de klant, de konkurrent en de kostprijs.

 

Klant, Konkurrent en Kostprijs

Waarbij de kostprijs het minimum bepaalt en de prijs die de klant bereid is te betalen het maximum. De prijs die de k(c)oncurrenten vragen zit daar vervolgens waarschijnlijk ergens tussenin en geeft een mooie referentie om je tegen af te zetten. Net iets láger om daarmee wellicht de prijsbewuste klanten aan te trekken. Of juist net iets hóger wanneer je vermoedt dat klanten dat associëren met een hogere kwaliteit.

 

In het geval van de gemeentelijke loswal kun je deze drie benaderingen ook hanteren.  Wel is er een aantal aandachtspunten. Zo is het bij het berekenen van de kostprijs van wezenlijk belang welke kosten je toerekent aan de loswal. Zijn dat alleen de directe kosten van beheer en onderhoud, of moet ook de aanleg worden vergoed? En wat als deze aanlegkosten al zijn afgeschreven? En o ja, wat doen we met de gemeentelijke overhead? Als het lukt om daar keuzes in te maken komt vervolgens de vraag over hoeveel dagen of uren deze kosten moeten worden verdeeld om te komen tot een tarief. Wordt de loswal normaliter 150 dagen per jaar gebruikt of slechts 50? Dit zal het tarief flink beïnvloeden. Zeker  wanneer ook de kapitaallasten worden meegenomen in de kostprijsberekening.

 

Commercie?

En de vraag wat de klant bereid is te betalen is eigenlijk niet des overheids. De gemeente is geen commerciële instelling, maar probeert de maatschappelijke opbrengsten als geheel te vergroten tegen zo laag mogelijke kosten. Sterker, afhankelijk van de juridische basis waarop het tarief wordt gerekend, is het zelfs niet geoorloofd als overheid meer te vragen dan de kostprijs.

Wat vaak wel kan is een tarief vragen dat lager ligt dan de kostprijs. En soms is dat wel zo verstandig. Want de totale opbrengst van het gebruik van een loswal is groter dan alleen de opbrengst van het tarief dat de gebruiker in rekening wordt gebracht. Ook de positieve effecten voor onder meer de lokale ondernemingen en werkgelegenheid moeten natuurlijk worden meegenomen.

En dan blijkt meestal dat het niet zo erg is wanneer niet alle kosten worden terugverdiend uit alleen het haventarief.

 

Voor meer informatie neem contact op met Bart Verkade.

Please reload

Uitgelichte berichten

De Brexit nu wel echt op 31 oktober?

September 9, 2019

1/10
Please reload

Recente berichten

22/01/2019

Please reload

Archief
Please reload

Zoeken op tags